Het verhaal achter Imkerij De Ronde Hoep
Herman Groen. Foto via

Vrije Tijd Amsterdam is altijd maar zeker in tijden van Corona op zoek naar leuke verhalen in de hoofdstad. In dat kader stelden we een aantal vragen aan Herman Groen van ‘Imkerij De Ronde Hoep’.

Wilt u Imkerij De Ronde Hoep eens introduceren?

“De imkerij bestaat eigenlijk al sinds 1972. Mijn vader hield ook bijen. Indertijd was de naam: Imkerij L. Groen & Zoon. Je kan rustig stellen dat ons leven, zonder bijen, er totaal anders had uitgezien. Het hobbymatig houden van bijen groeide op een gegeven moment uit tot een eenmanszaak en later in een groothandel die bijenproducten verkocht als honingzeep, propolis producten, stuifmeel en koninginnengelei.”

Telen van Koninginnen

“Na verkoop van het bedrijf, zo’n 10 jaar geleden, hebben wij de sluimerende imkerij nieuw leven ingeblazen. Om het imkeren ook wat interessanter te maken is ook met het telen van koninginnen begonnen, een heel andere tak van sport. Het bevruchten van de koninginnen vindt plaats op het (schier)eiland Marken, alwaar wij een stukje land bezitten waar deze activiteit plaats vindt.”

Zou u de locatie van Imkerij De Ronde Hoep willen toelichten?

“Imkerij De Ronde Hoep is gelegen aan een zijriviertje van de Amstel, de Bullewijk. Op deze locatie worden overigens geen bijen meer gehouden. Maar hier wordt wel de honing door mijn vrouw Marion ‘geslingerd’ en opgepot. Aan de dijk staat een bijenkorf waar de verschillende soorten honing in staan. Het is een ‘zelfbediening’ voor de aanschaf van een pot heerlijke honing. Onze bijen staan op verschillende plekken in o.a. Ouderkerk aan de Amstel en Amstelveen.”

Werkzaamheden van een Imker

“Als ik mij, of liever ons (ik imker samen met Pierre de Koning van Imkerij Honing van De Koning) als uitgangspunt neem, zijn de werkzaamheden in het kort als volgt: In de wintermaanden bereiden wij ons voor op het nieuwe bijenseizoen. Dan worden de oude raten gesmolten en de raampjes geloogd. Van de was worden weer nieuwe raten gegoten. Deze worden vervolgens in de ramen gesmolten. Zo rond de jaarwisseling worden alle bijenvolken nagekeken en waar nodig behandeld tegen de Varroa mijt, dat is een vervelende parasiet die op de bijen leeft.”

Het verhaal achter Imkerij De Ronde Hoep
Herman Groen

Opzetten van de honingkamer

“In het voorjaar volgt de eerste grote controle van de bijenvolken. Gecontroleerd wordt op broed en of de originele koningin nog aanwezig is. Belangrijk is ook dat er voldoende voer in de raten zit, want in het voorjaar, als het volk zich explosief ontwikkelt, is veel voer nodig. Oude raten worden verwisseld met nieuwe raten en waar nodig wordt de bodemplank schoongemaakt. Later, als er voldoende ’dracht’ is wordt de eerste honingkamer opgezet. Daarna regelmatig controleren of alles goed gaat en zo nodig honing afnemen en nieuwe honingbakken opzetten. Wij hebben het geluk dat wij bijen hebben die niet zwermen en extreem zachtaardig zijn. Wij werken dan ook altijd zonder kap en handschoenen.”

Kunt u iets over het bijenvolk vertellen?

“Het bijenvolk bestaat uit één koningin, een paar honderd darren (mannetjes) en werkbijen. De koningin heeft maar één taak en dat is het leggen van eitjes, tijdens het seizoen wel 2.000 per dag. De darren hebben een luizenleven. Zij worden door de bijen gevoerd, hangen een beetje rond in de kast of vliegen bij mooi weer wat rondjes. Slechts enkele darren hebben het genoegen de koningin te mogen bevruchten. Dat gebeurt in de lucht tijdens het vliegen, maar jammer voor de gelukkige, na de daad stort hij dood ter aarde.”

Vrouwtjes doen het zware werk

“De vrouwtjes doen het zware werk; raten bouwen, broed verzorgen, kast schoonhouden, koningin en darren voeren en in een later stadium naar de bloemetjes vliegen om nectar en stuifmeel te verzamelen. Thuis gekomen wordt de nectar overgegeven (letterlijk) aan de jonge thuisbijen. Deze voegen er bepaalde fermenten aan toe waardoor het honing wordt, slaan het op in de raten, verdampen het overtollige vocht en sluiten het celletje netjes af met een wasdekseltje. Een mooi bijenvolk telt 60 tot 80.000 bijen.”

Zijn er genoeg bloemen en planten om het bijenvolk het naar de zin te maken?

“Dat is het probleem waar alle bijen en dan met name de solitaire bijen, mee te maken hebben. Nadat ‘de pers’ jarenlang de boodschap heeft verkondigd dat het zo slecht gaat met de bijen, ontstond er een run op het volgen van een imkerscursus. Men dacht het probleem van bijensterfte op te lossen door imker te worden. Het gevolg was een grote aanwas van nieuwe bijenhouders en heel veel extra bijenvolken. De spoeling voor het winnen van honing is daarmee erg dun geworden. Beter was geweest om het probleem bij de wortel aan te pakken en over te gaan tot het poten van nectar gevende bomen en planten. Dus wilt u meehelpen de bijenpopulatie in stand te houden, zorg dan voor zoveel mogelijk bijenvriendelijke, nectar- en stuifmeel gevende, planten en bomen.”

Wat is het ritme van de bijen, houden zij ook een winterslaap?

“Als de zomerdracht ten einde is (najaarsdracht is er behalve heide en balsemien helaas niet meer) worden de honingbakken afgehaald en voerbakken opgezet. De bijen krijgen dan extra voedsel in de vorm van suikerwater om de winter door te komen. Het suikerwater wordt ingedikt en in de raten opgeslagen en samen met de honingvoorraad die doorgaans al in de cellen zit moet het voldoende zijn om de winter door te komen.

Als de temperatuur onder de 10 graden komt vliegen de bijen niet meer uit en blijven zij in hun warme kast. Door het consumeren van voedsel en dicht op elkaar te zitten houdt de bijenkolonie zich warm. Hoe kouder het wordt hoe dichter de tros wordt. De bijen verplaatsen zich dan van buiten naar binnen om weer warm te worden. De bijenkast blijft altijd open! De koningin begint in januari weer met het leggen van eitjes en dan wordt de temperatuur rond het broednest 34/35 graden!”

Vliegen in het voorjaar

“Ook al is het buiten dan nog koud. In het voorjaar, als de buitentemperatuur boven de 10C komt, gaan de bijen weer vliegen. Als eerste op sneeuwklokjes, krokussen en Hazelaar, daarna op wilgenkatjes, hierop halen zij het zo belangrijke stuifmeel (voer voor het broed) en nectar. De grootste zomerdracht is de Linde. En daarna is eigenlijk het korte bijenseizoen voor de meeste imkers alweer afgelopen. Wij reizen dan nog met een aantal volken naar de Biesbos waar de reuze springbalsemien in de maanden augustus en september uitbundig bloeit. Helaas zal ook dit niet lang meer duren want de Balsemien is een uitheemse plant die niet past in de Nederlandse natuur volgens Brussel! Van overheidswege is dan ook besloten deze plant uit te roeien.”

Wilt u iets vertellen over het product ‘Honing’?

“Net als over bijen zijn er ook over honing vele boeken geschreven. Een veel gelezen boek is ‘’De geneeskracht van Honing’’ door Niels Gonnert. Hierin vind je vrijwel alles over honing. Wij hebben het voorrecht de eigen honing te kunnen consumeren. Er is helaas veel namaakhoning in de handel. Het is bekend dat de meeste honing die uit China komt vrijwel niets met honing te maken heeft. Dus koopt u honing in de supermarkt, let dan goed op het etiket.”

Honing van de imker

“Honing van de plaatselijke imker is over het algemeen de beste keus. Helaas hangt daar een prijskaartje aan, maar beter wat duurder en kwaliteit, dan niet te koop. Voor de honing die wij verkopen vragen wij € 6,50 per pot van 500 gram. Voor het werk dat hiervoor gedaan moet worden is dat eigenlijk veel te weinig. Ik vergelijk honing soms met een kopje koffie met een gebakje. Ongeveer dezelfde prijs, maar met een pot honing doe je veel langer en het is vele malen gezonder.”

Kunt u ‘Beeolocal’ eens toelichten?

“Beeolocal is dé plek om lokale honing te ontdekken. Via deze site vind je imkers die honing direct aan de consument verkopen.”

Slotwoorden

“Imker word je niet vanzelf. Dat leer je met de jaren en met veel vallen en opstaan. Aspirant imkers adviseer ik veel goede bijenboeken te lezen en je licht op te steken en af te kijken bij andere imkers. En ook al heb je een imkerscursus gevolgd, dan nog ben je geen imker, maar slechts een bijenhouder. Imker word je met de jaren”, laat Herman Groen ten slotte namens ‘Imkerij De Ronde Hoep’ weten.

Interview door: Rik Verkaik

Lees ook: Bakken voor de Buren: “Eerlijk, heerlijk en lokaal”