
De Magere Brug is een karakteristieke ophaalbrug in het centrum van Amsterdam. De brug ligt over de Amstel en verbindt de Kerkstraat met de Nieuwe Kerkstraat. Alleen voetgangers en fietsers kunnen gebruikmaken van de brug. Meerdere keren per dag wordt de brug geopend om grotere schepen doorgang te verlenen, terwijl rondvaartboten meestal onder de gesloten brug door kunnen varen. Sinds 2002 heeft de Magere Brug de status van rijksmonument. In 2015 werd de brug bovendien onderscheiden met een Water & Heritage Awareness-schild van ICOMOS.
Plannen imposante brug op pauze
Tijdens de Gouden Eeuw, toen Amsterdam een periode van grote welvaart doormaakte, ontstonden bij de vierde stadsuitbreiding in 1663 plannen voor een imposante stenen brug op deze locatie. Deze brede brug moest de Kerkstraat, die destijds als belangrijke doorvoerstraat diende, verbinden met de overzijde van de Amstel. Door het Rampjaar 1672 veranderde de situatie echter drastisch. De economische neergang die daarop volgde zorgde ervoor dat de vraag naar bouwgrond sterk terugliep. Daardoor bleef de overkant van de Amstel, met onder meer de Nieuwe Herengracht, Nieuwe Keizersgracht en Nieuwe Prinsengracht, nog lange tijd grotendeels onbebouwd. Een grote brug was hierdoor niet langer noodzakelijk.
Een goedkope houten brug
Toen aan het einde van de zeventiende eeuw de bebouwing aan de overzijde alsnog langzaam op gang kwam, besloot men alsnog een brug te bouwen. Vanwege de beperkte financiële mogelijkheden werd niet gekozen voor het oorspronkelijke ontwerp van steen, maar voor een veel goedkopere houten uitvoering. Ook werd de brug smaller uitgevoerd dan aanvankelijk de bedoeling was. Aan deze bescheiden afmetingen dankt de Magere Brug uiteindelijk haar naam.
Fabels over de naam Magere Brug
Naarmate de oorspronkelijke geschiedenis steeds minder bekend werd, ontstonden verschillende verhalen over de herkomst van de naam. Een van de bekendste legendes vertelt dat twee magere en zuinige zussen de bouw van de brug zouden hebben betaald. Voor dit verhaal bestaat echter geen historisch bewijs; het behoort tot de vele verzonnen anekdotes die in de loop der jaren zijn ontstaan.




