
Het Tolprivilege van Amsterdam geldt als het vroegste schriftelijke document waarin Amsterdam en haar inwoners worden genoemd. Op 27 oktober 1275 gaf graaf Floris V van Holland de enkele honderden bewoners van ‘Amestelledamme’ het recht om tolvrij handel te drijven.
Machtsstrijd Amstelland
Dankzij dit privilege mochten de Amsterdammers, die zich toen al profileerden als kooplieden, hun handelswaren zonder tolheffing door het Graafschap Holland vervoeren. Dit soort rechten diende onder meer om het Amstelland politiek en economisch aan Nederland te binden. Aan het einde van de 13e eeuw was dit gebied namelijk onderwerp van machtsstrijd tussen de bisschop van Utrecht, de heren van Amstel en de graaf van Holland.
Strategische uitbreiding grondgebied
Voor Floris V betekende dit een strategische zet om het grondgebied van het graafschap verder uit te breiden, terwijl het tegelijkertijd het begin markeerde van Amsterdams ontwikkeling tot de belangrijkste handelsstad van Nederland, een positie die de stad ongeveer twee eeuwen later zou innemen.
Amsterdamse gemeentearchief
Het tolprivilege werd samen met andere waardevolle documenten eeuwenlang zorgvuldig bewaard in een eikenhouten ladekast in de zogeheten IJzeren Kapel van de Oude Kerk. Vanaf 1892 kreeg het document een plek in het Amsterdamse gemeentearchief. Tussen 1914 en 2007 werd het opgeslagen in het archiefgebouw aan de Amsteldijk 67. Sindsdien maakt het deel uit van de ‘Schatkamer’ van het Stadsarchief Amsterdam, gevestigd in Gebouw De Bazel.
Verjaardag van Amsterdam
Op 27 oktober 1975 vierde Amsterdam haar vermeende 700-jarig bestaan. Die dag werd ook het Amsterdams Historisch Museum geopend in het voormalige Burgerweeshuis. Inmiddels staat 27 oktober bekend als de ‘Verjaardag van Amsterdam’ en wordt het tolprivilege rond deze datum tijdelijk aan het publiek getoond.



