
Het Sluis- en Bruggenfeest is het jaarlijkse feest waar heel Weesp naar uitkijkt. Het bruisende driedaags evenement vol traditie, gezelligheid en verbinding, vindt plaats op 27, 28 en 29 augustus. Vrije Tijd Amsterdam stelt een aantal vragen aan voorzitter Richard de Keijzer.
Voor mensen die het Sluis- en Bruggenfeest nog niet kennen: wat maakt dit evenement volgens u zo bijzonder?
“Het Sluis & Bruggenfeest is echt een ouderwets ‘buurtfeest’. Het is een feest van, voor een door Weespers. Laagdrempelig, met voor elk wat wils. Van de kleinste peuter tot de oudste inwonen van Weesp, iedereen kan iets vinden wat bij hem/haar past.”
Het Sluis- en Bruggenfeest is uitgegroeid tot een echte Weesper traditie. Wat betekent het feest persoonlijk voor u als voorzitter?
“Ik woon zelf pas 6 jaar in Weesp, dus ben nog een relatief ‘nieuwe Weesper’, maar als voorzitter probeer ik juist uit te dragen dat deze traditie voor de oude én de nieuwe Weesper is. Een traditie die het verdient om voort te blijven bestaan, ook al groeit Weesp hard.”
Kunt u alvast een tipje van de sluier oplichten over de editie van dit jaar? Waar mogen bezoekers zich extra op verheugen?
“We willen dit jaar alle klassiekers van een succesvolle editie in 2025 laten terugkomen: we starten traditioneel met de verenigingen markt op donderdagavond. De dagen daarna zijn gevuld met de Kinderspeelstraat, De Waterspelen, De kunstmarkt ‘MontMartre aan de Vecht’, etc. Maar ook de Just Dance en Fifa activiteiten voor de jongeren natuurlijk. Ten slotte is de horeca ook weer goed actief en weet ik zeker dat er mooie line ups komen voor een gezellige avond.”
Het evenement draait grotendeels op vrijwilligers. Hoe belangrijk zijn zij voor het succes van het feest?
“Zonder vrijwilligers bestaat het feest niet. Van bestuur tot keetbemanning en van begeleiders bij de waterspelen tot toezichthouders bij de kinderactiviteiten. Iedereen zet zich belangeloos in.”
Het programma biedt voor jong en oud iets leuks. Welke onderdelen mag je volgens u absoluut niet missen?
“Zoals gezegd: met jonge kinderen wil je zeker de Kinderspeelstraat en de kindervrijmarkt meepakken. Ben je iets ouder, en het weer is weer goed, dan zijn de Waterspelen een hit. En voor alle leeftijden is er op de diverse podia veel aanbod.”
Het organiseren van een driedaags buurtfeest brengt ongetwijfeld uitdagingen met zich mee. Wat is de grootste uitdaging achter de schermen?
“Het is zeker veel werk. Er is niet echt één grootste uitdaging. We moeten op diverse vlakken echt scherp blijven: de vergunningsaanvraag, de financiën, zoals gezegd de vrijwilligers en bovenal: veiligheid. Zoals gezegd: het is een feest van-, voor- en door Weespers, dus iedereen moet zich veilig en op z’n gemak voelen.”
Weesp maakt inmiddels deel uit van Amsterdam. Heeft dat invloed gehad op de organisatie of de toekomst van het Sluis- en Bruggenfeest?
“Natuurlijk zijn er meer formaliteiten. Tegelijkertijd krijgen we ook heel veel steun vanuit de stad, zowel qua subsidie alsook qua meedenken. Ik ben erg blij met de samenwerking die we met zowel het lokale bestuur als met ‘Amsterdam’ hebben.”
Wat hoopt u dat bezoekers voelen of meenemen wanneer ze na drie dagen feest weer naar huis gaan?
“Dat het doel: ‘een gezellig buurtfeest voor iedereen’ weer bereikt is en dat iedereen weer uitkijkt naar de 2027 editie.”
Zijn er mooie herinneringen of bijzondere momenten uit eerdere edities die u altijd zullen bijblijven?
“We hebben ontelbare mooie momenten beleefd. Wat speciaal was (zeker voor een buurtfeest), was dat vorig jaar Femke Halsema op bezoek kwam en juist ‘als deelnemer’ door de stad liep in plaats van ‘het podium pakte voor een boodschap’. Hiermee liet zij het feest in z’n waarde en kon ze ook echt doorleven wat het precies is.”
Tot slot: waarom zou iedereen eind augustus een bezoek moeten brengen aan het Sluis- en Bruggenfeest in Weesp?
“Het klinkt gek, maar ik zou het juist zoveel mogelijk bij Weespers willen houden. Het is al druk genoeg en ik weet zeker dat andere Amsterdamse buurten ook hun eigen feest hebben, dus laten we juist de kracht van de buurten onderstrepen en niet de massa.”








