
Karel Martens bij Stedelijk Museum. Het eerste overzicht van Karel Martens, een van de belangrijkste naoorlogse Nederlandse grafisch ontwerpers, bekend om zijn eigenzinnigheid en zijn speelse en experimentele manier van werken. Karel Martens heeft in Nederland en internationaal generaties jongere ontwerpers opgeleid en geïnspireerd. De tentoonstelling is een ontdekkingstocht door het oeuvre dat Martens in 65 jaar opbouwde – van zijn avontuurlijke belettering op gebouwen, tot boeken, typografie, postzegels, telefoonkaarten en behang.
Nederlands grafisch ontwerp staat internationaal in zeer hoog aanzien. Voortkomend uit een modernistische traditie, met voorgangers als Piet Zwart, H.W. Werkman en Willem Sandberg, vormden Karel Martens, Wim Crouwel en Jan van Toorn vanaf de jaren zestig de Grote Drie op grafisch gebied. Waar Wim Crouwel bekend stond om zijn functionele grid, dienstbaar aan de inhoud en Jan van Toorn zijn activistische en persoonlijke inslag liet zien, heeft ook Karel Martens als experimentele, autonome maker de manier waarop we kijken naar vormgeving, boekontwerp en typografie volledig veranderd.
Bij Martens gaat het om denken, kijken en experimenteren: “Ik houd van prutsen, iets proberen, twijfelen, opnieuw beginnen.” Martens speelt met kleursystemen, cijfers, woordenschema’s en algoritmes, waarbij het één voortkomt uit het ander. Hij brengt heldere kleurvlakken vaak in lagen over elkaar aan, en werkt zowel digitaal als analoog.
bron teskt: Stedelijk Museum

Karel Martens bij Stedelijk Museum. Het eerste overzicht van Karel Martens, een van de belangrijkste naoorlogse Nederlandse grafisch ontwerpers, bekend om zijn eigenzinnigheid en zijn speelse en experimentele manier van werken. Karel Martens heeft in Nederland en internationaal generaties jongere ontwerpers opgeleid en geïnspireerd. De tentoonstelling is een ontdekkingstocht door het oeuvre dat Martens in 65 jaar opbouwde – van zijn avontuurlijke belettering op gebouwen, tot boeken, typografie, postzegels, telefoonkaarten en behang.
Nederlands grafisch ontwerp staat internationaal in zeer hoog aanzien. Voortkomend uit een modernistische traditie, met voorgangers als Piet Zwart, H.W. Werkman en Willem Sandberg, vormden Karel Martens, Wim Crouwel en Jan van Toorn vanaf de jaren zestig de Grote Drie op grafisch gebied. Waar Wim Crouwel bekend stond om zijn functionele grid, dienstbaar aan de inhoud en Jan van Toorn zijn activistische en persoonlijke inslag liet zien, heeft ook Karel Martens als experimentele, autonome maker de manier waarop we kijken naar vormgeving, boekontwerp en typografie volledig veranderd.
Bij Martens gaat het om denken, kijken en experimenteren: “Ik houd van prutsen, iets proberen, twijfelen, opnieuw beginnen.” Martens speelt met kleursystemen, cijfers, woordenschema’s en algoritmes, waarbij het één voortkomt uit het ander. Hij brengt heldere kleurvlakken vaak in lagen over elkaar aan, en werkt zowel digitaal als analoog.
bron teskt: Stedelijk Museum


