
Nederland herbergt bijzondere kunstenaars en Vrije Tijd Amsterdam deelt graag hun verhaal. Vandaag stellen we een aantal vragen aan kunstenaar Mirjam van der Linden.
Wil je jezelf eerst eens introduceren?
“Ik ben Mirjam van der Linden, 54 jaar, afkomstig uit Castricum. Mijn liefde voor textiel bestaat al zolang ik mij kan herinneren. Als kind organiseerde ik handwerkclubjes, naaide ik kleertjes voor mijn barbies op een kleine kindernaaimachine en mocht ik al snel werken op de naaimachine van mijn moeder. Op twaalf-, dertienjarige leeftijd ging ik naar naailes. Daar bleek dat ik talent had, maar ook ongeduld. Mijn lieve, wat ouderwetse naaijuf leerde me volhouden en vooral zelf doen. Nu richt ik me volledig op mijn kunst. Textiel is altijd de rode draad gebleven, maar inmiddels gebruik ik het als mijn eigen beeldende taal.”

Heb je een art opleiding gevolgd en wat sprak je het meest aan bij de opleiding?
“Ik kom uit de periode van “kies exact” en “een goede meid is op de toekomst voorbereid”. Mijn wens om iets met kunst te doen leefde al vroeg, maar ik wist nog niet in welke vorm. Er is even sprake geweest dat ik naar de Bergense Scholengemeenschap zou gaan, maar omdat ik druk en speels was, werd voor een school dichter bij huis gekozen. Daardoor miste ik kunstgeschiedenis en andere expressievakken en koos ik uiteindelijk een exact vakkenpakket.
Later werd ik verpleegkundige. Toen ik door ziekte (MS) mijn beroep niet meer kon uitoefenen, kwam er een omslagmoment. Na een intensieve revalidatie besloot ik eindelijk voor mijn eigen creatieve wens te gaan. Ik spaarde voor een opleiding en begon in 2016 aan de tweejarige textielkunstopleiding van de DIY Textile School in Amsterdam. Daar voelde ik me meteen thuis. Ik volgde daarna het masterjaar en een Batikopleiding van Rita Trefois, en daarnaast vele workshops en cursussen.
Wat ik bijzonder vond aan deze opleiding, was de vrijheid om jezelf en je eigen beeldtaal te ontdekken. Je mocht buiten de lijntjes kleuren, iets wat ik niet gewend was door eerdere cursussen waar juist precisie centraal stond. Na mijn opleidingen begeleidde ik ook studenten op dezelfde school, tot de school helaas stopte na corona.
Omdat ik graag blijf leren, ben ik daarna naar Crejat in Alkmaar gegaan: twee jaar tekenen en schilderen, daarna het derde jaar kunst en vormgeving. Nu zit ik in het derde jaar academisch schilderen, waar ik mijn eigen richting kies en begeleiding krijg in mijn persoonlijke ontwikkeling. Ook daar werk ik met textiel, omringd door gelijkgestemden, wat mij blijvend stimuleert.”

Is er een ruimte waar je helemaal jezelf kunt zijn om kunstwerken te creëren?
“Ik heb thuis een eigen kamer waar ik vrij kan werken. Het puilt inmiddels uit, maar het voelt als mijn plek. Daarnaast heb ik eigenlijk het hele huis tot mijn beschikking, want onze twee zonen studeren en mijn man is vaak op zijn werk. In de toekomst zou ik graag een groter atelier hebben, waar ik ook workshops kan geven. De vraag naar workshops is groot en het lijkt me prachtig om die ruimte te kunnen bieden. Dat is nog toekomstmuziek, maar het idee leeft.”

Met welke materialen werk je het liefst?
“Ik werk graag met stoffen en de naaimachine, het liefst met denim en met eco-prints, dan verf ik mijn stoffen zelf.
Denim gebruik ik voor mijn jeansportretten: gedragen jeans met hun verweerde kleur en structuur vormen voor mij een krachtig artistiek materiaal. Ze dragen een geschiedenis in zich en door ermee te werken kan ik die stille sporen omzetten in nieuwe beelden.
Daarnaast maak ik eco-prints, waarbij bladeren hun vorm en pigment achterlaten op stof of papier. Dat proces voelt altijd bijna als samenwerken met de natuur. Vaak voeg ik borduurwerk of subtiele kleuraccenten toe om extra lagen en details aan te brengen. Ik spring hierbij met mijn eigen fantasie in, bij wat ik heb verkregen door eco-printen.
Samen vormen deze technieken mijn beeldtaal: tactiel, gelaagd en ontstaan uit materialen die al een verhaal met zich meedragen.”

Heb je een specifiek thema dat je in het proces aanhoudt?
“Mijn werk draait steeds om de wisselwerking tussen mens, natuur en hergebruik. In mijn jeansportretten staat het idee centraal dat materialen een verleden meedragen. De verweerde denim vormt niet alleen een beeld, maar ook een echo van een eerder leven.
In mijn eco-prints werk ik juist vanuit de stilte van de natuur: bladeren, structuren en het verstrijken van seizoenen. Het gaat mij om sporen, groei, vergankelijkheid en de schoonheid van wat al bestaat.
Dat maakt mijn werk uiteindelijk één geheel: een zoektocht naar wat blijft, wat vernieuwt en hoe verhalen zichtbaar worden in textuur en laagjes.”

Hoe kijk je naar kunst en wat zijn jouw inspiratiebronnen?
“Voor mij is kunst een manier om aandacht te geven aan wat snel over het hoofd wordt gezien. De kleine sporen in materiaal, de ritmes van de natuur, de verhalen die in textuur verstopt zitten. Kunst biedt de ruimte om die stiltes zichtbaar te maken en daar een nieuwe vorm aan te geven.
Mijn inspiratie haal ik uit de natuur, uit dagelijks gebruiksmateriaal zoals denim en uit de wisseling van seizoenen. Ook ontmoetingen en persoonlijke ervaringen spelen een rol; soms is één detail genoeg om een nieuw werk te laten ontstaan. Elk stuk is uniek, omdat het altijd voortkomt uit dat specifieke moment en het materiaal dat zich op dat moment aandient.”
Wat zijn jouw favoriete stromingen in de kunstgeschiedenis?
“Ik voel me sterk aangetrokken tot kunstenaars als Vincent van Gogh, Anselm Kiefer en de impressionisten zoals Monet. Hun gevoel voor sfeer, materiaal en gelaagdheid raakt me telkens opnieuw. Ook het werk van Hanneke Francken en Hercules Seghers inspireert me; bij hen bewonder ik de eigenzinnige werelden die ze weten te creëren.
Naar welke vorm van kunst ik ook kijk, ik merk dat ik automatisch denk in textiel. Ik onderzoek altijd hoe ik structuren, kleuren of sferen zou kunnen vertalen naar mijn eigen materialen. Dat is voor mij het spannende aan kijken naar kunst: het zet mijn handen en mijn verbeelding meteen aan het werk.
In mijn eco-prints werk ik vaak abstract, geleid door de natuurlijke vormen die ontstaan. In denim zoek ik juist naar de verhalen die in het materiaal verborgen liggen. Die twee richtingen houden mijn werk levendig en blijven me steeds opnieuw inspireren.”

Staan er nog exposities op de agenda?
“In 2026 ben ik op verschillende evenementen te zien. Op 7 en 8 maart presenteer ik mijn denimkunst tijdens Limmen Artistiek. Op 6 en 7 juni neem ik deel aan de Kunstfietsroute in Castricum, waar ik zowel mijn denimwerken als mijn eco-prints toon.
Van 16 tot en met 25 oktober verwacht ik opnieuw deel te nemen aan de Kunst10daagse Bergen. De Rekere heeft al aangegeven dat ze mij graag weer willen ontvangen. Ik moet me nog officieel inschrijven voor de Kunst10daagse zelf, maar gezien mijn deelname vorig jaar verwacht ik dat dit in orde komt.
Ik sta daarnaast altijd open voor nieuwe exposities en samenwerkingen; ik vind het bijzonder om mijn werk op verschillende plekken te kunnen laten zien.”
Wil je zelf nog iets toevoegen?
“Wat ik graag nog wil toevoegen, is dat ik het belangrijk vind om me als textielkunstenaar te blijven ontwikkelen. Ik onderzoek voortdurend nieuwe technieken en manieren om mijn materiaaltaal verder te verdiepen.
Daarnaast lijkt het me mooi om mijn kennis te delen door in de toekomst workshops te geven. Er is veel interesse in mijn manier van werken, en ik vind het inspirerend om anderen te begeleiden in hun eigen creatieve proces.
Ook hoop ik mijn kunst verder uit te bouwen door mijn werk op meer plekken te tonen en te verkopen. Het geeft mij veel voldoening wanneer mijn werk een nieuw thuis vindt en iemand anders erdoor geraakt wordt.”
Mirjam van der Linden








