Festivalorganisator ALDA haalt ruim 1 miljoen euro op voor Oekraïense vluchtelingen
Armin van Buuren. Foto via ALDA

Festivalorganisator ALDA heeft afgelopen zaterdag tijdens het benefietconcert WE ARE ONE in Boekarest en de A State Of Trance-show in Krakau ruim 1 miljoen euro opgehaald voor Oekraïense vluchtelingen. Miljoenen muziekliefhebbers van over de hele wereld schakelden in om te doneren en via de livestreams optredens van o.a Armin van Buuren, Tom Odell en INNA te aanschouwen. De donaties en opbrengsten leveren een bijdrage ter ondersteuning van het Roemeense en Poolse Rode Kruis. Twee buurlanden waar de aanhoudende humanitaire crisis in Oekraïne voelbaar is, doordat er dagelijks enorm veel vluchtelingen binnenkomen.

#danceforukraine

In de Poolse hoofdstad kwamen zaterdag maar liefst 14 duizend tranceliefhebbers samen om te dansen voor het goede doel. Tijdens de ASOT-show, omgedoopt tot #danceforukraine, schakelden wereldwijd duizenden fans in om te doneren en dj-sets van Ferry Corsten, Vini Vici en ASOT-frontman, Armin van Buuren te volgen.

National Arena

Voorafgaand aan van Buuren’s ASOT-show maakte hij zijn opwachting in Boekarest, tijdens het benefietconcert WE ARE ONE. Een initiatief van ALDA, uitgevoerd in samenwerking met de gemeente Boekarest, het Roemeense radiostation KISS FM en televisiezender PRO TV. Maar liefst 50 duizend mensen kwamen in het voetbalstadion ‘National Arena’ samen om geld op te halen voor het Rode Kruis en zich te verenigen middels muziek. Naast van Buuren, traden o.a. ook Tom Odell en Roemeense superster INNA op. Ook deze show was via een wereldwijde livestream en nationale radio en tv te volgen en trok maar liefst 7 miljoen kijkers.

Trots gevoel

Allan Hardenberg, directeur en mede-oprichter van ALDA, over beide shows: “We zijn ontzettend trots dat we met beide shows zo’n mooi bedrag hebben kunnen ophalen voor het Rode Kruis, ter ondersteuning van de aanhoudende humanitaire crisis in Oekraïne. Tijdens WE ARE ONE en #danceforukraine was de kracht van muziek voelbaar. We hebben als festivalorganisator onze machteloosheid omgezet in daadwerkelijke hulp, en dat voelde als het minste dat wij konden doen.”