
Filmtheater Rialto Silo opent vandaag op een bijzondere locatie, namelijk in één van de drie Silo’s waar ooit het afvoerwater van Amsterdam-Oost gezuiverd werd. Met vijf zalen, een multifunctionele panoramazaal en een eetcafé is het niet alleen een aanwinst voor de bewoners van Zeeburgereiland en IJburg, maar ook voor de rest van Nederland. “Dankzij ons unieke aanbod van films van over de hele wereld, gecombineerd met mainstream films, zijn we met Rialto Silo aantrekkelijk voor mensen binnen én buiten Amsterdam”, vertelt Raymon Walravens, directeur van Rialto.
Rialto Silo gaat vanaf vandaag warmdraaien en wordt maandag 30 november officieel geopend. Daarnaast is het vanaf 13 november één van de locaties van het IDFA (International Documentary Film Festival Amsterdam). Walravens: “Wij merken dat film kan bijdragen aan een beter begrip van elkaar en de wereld om ons heen. Daarom tonen we cinema die verrast, verdiept, verbindt en je blik verruimt.”
Met Rialto De Pijp is filmtheater Rialto al een eeuw lang een begrip in Amsterdam en ver daarbuiten. Walravens begon ooit als 17-jarige vrijwilliger en werd in 1989 directeur en curator: “Met Rialto Silo willen we een ‘community driven’ filmtheater zijn, een culturele instelling met een bredere functie, juist in deze buurt waar het aanbod schaars is.”

Architectonische uitdaging
Voor de invulling van de drie iconische silo’s langs de ringweg A10 werd een prijsvraag uitgeschreven. Zowel door de vak- als de buurtjury werd Rialto Silo verkozen als beste invulling van één van de silo’s. In de overige twee worden een sportschool en horeca gevestigd. De architecten van Elephant Studio hebben het voor elkaar gekregen om in een bouwhoogte van 22 meter 341 stoelen over vijf zalen te verdelen. Allen met state-of-the-art 4K-projectie en Dolby Surround 7-sound. Walravens: “De komende jaren zullen in deze buurt in zo’n 85 duizend mensen gaan wonen; dat is hetzelfde aantal inwoners van steden als Zaandam, Lelystad of Hengelo. Er wonen nu al zo’n 5.000 kinderen, het is dus logisch dat we op deze locatie meer kinder- en familiefilms gaan vertonen. We willen goed aansluiten op de behoeften van de buurtbewoners.”
Tegelijk benadrukt Walravens de visie van Rialto: “De maatschappij kent een grote diversiteit en dat willen we in onze programmering tot uiting laten komen door een stem te geven aan nieuwe en diverse talenten die het experiment en de vernieuwing omarmen; een stem die op andere plekken maar weinig gehoord wordt. Bij Rialto draait film om meer dan alleen kijken. Met inleidingen, Q&A’s, debatten en speciale programma’s bieden we verdieping en context. We vertonen films met artistieke waarde, maatschappelijke relevantie en internationale perspectieven. Dat loont want elk jaar groeien we met 5 à 6% meer bezoekers.
Het bezoek aan filmtheaters in Nederland lijkt in 2026 een nieuw record te gaan vestigen. In 2025 werd met 3,9 miljoen bezoekers al het hoogste aantal bezoeken in tien jaar behaald. Bezoekersaantallen van commerciële bioscopen daalden juist de afgelopen jaren, maar krabbelen sinds kort weer op.
Internationaal aanbod en filmklassiekers
Het doel van Rialto is om meer dan enkel Europese of Amerikaanse films te vertonen. Walravens: “In Amsterdam wonen mensen van over de hele wereld. Die kunnen we bereiken met ons internationale aanbod en tegelijk bieden we Nederlandse mensen een bredere keuze. Zo hadden we vorig jaar het zeer goed bezochte programma Unmasked, waarbij we de Nederlands-Keniaanse filmmaker Festus Toll hadden gevraagd als gast-curator vijf avondvullende programma’s samen te stellen. Met vijf door hem gekozen kunstenaars en filmmakers resulteerde dat in vijf heel uiteenlopende programma’s die heel verschillende, maar alle maatschappelijk zeer relevante kwesties aan de orde stelden zoals onder andere (institutioneel) racisme. Zo was er ProtesFilmFest met Sophie Straat en Filmstories door Mint2
met Ena Sendijarević.
Een jaar daarvoor hadden we het programma Women of Iran met films over de positie van vrouwen in Iran; de zalen zaten stampvol. Dat was een groot succes en vanuit het hele land kwam men hiervoor naar Rialto. Communities verdeeld over Nederland komen op die manier samen. Ze willen elkaar ontmoeten en films die een band bevestigen zijn dan de perfecte gelegenheid om elkaar weer te zien.”
Tegelijkertijd blijft Rialto zich op verrassende wijze onderscheiden met haar programmering. Zo begint op 4 december Rumble in Hong Kong with the Shaw Brothers, waarvoor acht legendarische kungfu-films aan het publiek worden gepresenteerd, zoals King Boxer uit 1972. Walravens: “Ons programma is eigenzinnig, betrokken en altijd gedreven door kwaliteit en relevantie.”
Curatoren van de keten
Filmtheaters zijn volgens Walravens essentieel in de hele keten van de film, omdat filmproducenten veelal subsidie krijgen voor het maken van films en distributeurs een afzetmarkt nodig hebben. Walravens: “Jaarlijks worden er wereldwijd 10.000 lange speelfilms en documentaires gemaakt. Slechts 550 daarvan bereiken Nederland. Hoe sterker het aanbod van filmtheaters, hoe groter de impact op de keten en hoe groter de stimulans voor filmmakers wereldwijd. Zelfs voor de streamingsdiensten hebben de filmtheaters een belangrijke rol, want wij maken de films zichtbaar zodat ze aangeklikt worden op die platforms. Wij zijn als het ware de curatoren voor de rest van de keten.”
Cultureel ondernemerschap
Tot slot benadrukt Walravens het cultureel ondernemerschap van Rialto, dat bijna het gehele project zelf heeft weten te financieren. “Het is een misverstand dat culturele instellingen altijd afhankelijk zijn van subsidies. Van de in totaal € 7,4 miljoen hebben we slechts eenmalig € 550.000 van de gemeente Amsterdam gekregen, omdat wij een impuls geven aan een buurt waar een groot gebrek is aan cultuuraanbod.” De overige financiering komt voort uit bijdragen van twee private fondsen: het Zadelhoff Cultuurfonds en BPD Cultuurfonds. Een lening bij de Triodosbank en aanvullende lage renteleningen van het Cultuurfonds, Cultuur en Ondernemen en het Duurzaamheidsfonds van de gemeente Amsterdam maken de financiering compleet. Walravens: “Deze moeten vanzelfsprekend terugbetaald worden met de inkomsten van de 70 tot 80 duizend bezoekers die we in het eerste jaar verwachten, een aantal dat in de jaren daarna verder zal toenemen wanneer er nog meer mensen op IJburg en Zeeburgereiland zullen komen wonen.”








